Wil je meedoen?

Met de BBTK sta je sterker. Maak je nu lid.

Nieuwsbrief

Abonneer je op onze nieuwsbrief en mis niets!

Abonneren

Op het werk: we blijven strijden voor gelijkheid

06/03/2024 | FR / NL

In 2024 zou de feministische strijd achterhaald kunnen lijken, vooral op het werk. Maar in de praktijk blijven op de arbeidsmarkt en in de bedrijven wel degelijk ongelijkheden bestaan.

Tijdskrediet

In het leven kan het gebeuren dat ouders even tijd nodig hebben om voor hun kind of voor een familielid te zorgen. Binnen het koppel is het dus de minstverdienende die een tijdje minder of zelfs even helemaal niet meer gaat werken. En wie heeft het laagste loon? Meestal de vrouw... En dus zet zij haar loopbaan soms enkele jaren lang on-hold. Volgens de Gezinsbond wordt tijdskrediet in 64% van de gevallen door de moeder opgenomen, tegenover 36% voor de vader. Het zijn nog steeds vooral vrouwen die de gezinstaken op zich nemen.

Bij elke hervorming merken we ook dat deze periodes steeds minder vaak gelijkgesteld worden voor het pensioen en dat je financiële rechten dus afgebouwd worden. Zo word je dubbel gestraft.

Tijdens deze periodes ben je beschermd tegen ontslag. Maar eigenlijk staat je loopbaan stil. Als het gaat tussen iemand met een flexibele ingesteldheid die voltijds werkt en iemand die in tijdskrediet is, wie zal dan de promotie krijgen, denk je? Op papier ben je beschermd... maar ook niet meer dan dat.

We zouden de uitkeringen voor tijdskrediet graag verhoogd zien zodat ook de hoogste inkomens bijdragen aan het stelsel. Dat tijdskrediet vooral door vrouwen opgenomen wordt, is niet alleen een sociologische kwestie. Dit wordt ook bepaald door de financiële realiteit van gezinnen en de hoogte van de twee inkomens.

We vragen ook dat het verlof van de vader of meeouder na de bevalling of adoptie voor iedereen met 15 weken wordt verlengd, wat een positief effect zou moeten hebben op de taakverdeling binnen het gezin. Verder zou een hogere vergoeding voor ouderschapsverlof er meer ouders (vaders, moeders, meeouders) toe aanzetten om deze keuze te maken, terwijl het vandaag nog voornamelijk vrouwen zijn die hiervoor opteren. Tot slot mag niemand die mama wordt daar financieel door benadeeld worden.

Flexibiliteit: vaak draaien vrouwen ervoor op

Wanneer bedrijven flexibiliteit invoeren, leidt dat vaak tot minder evenwicht tussen werk en privé. Om hun geweten te sussen, grijpen werkgevers - daarbij geholpen door de overheid - terug naar hyperflexibele substatuten die dan in directe concurrentie gaan met de gewone werknemers. We krijgen vaak te horen dat dat niet anders kan omwille van het tekort aan personeel.

Zo worden de bedrijven overspoeld door flexi-jobbers en/of studenten. Met weinig of geen opleiding gaan zij in directe concurrentie met de geschoolde arbeidskrachten, omdat ze goedkoper en enorm flexibel zijn. Als gevolg daarvan kunnen de deeltijdse werknemers - en meestal werkneemsters - geen bijkomende uren meer presteren. Deze werkneemsters zijn minder flexibel, duurder en dus minder interessant. Deeltijds werk blijft dan ook hun lot.

Bovendien zijn flexi-jobbers vaker mannen want je moet minstens 4/5de tijds werken om in een flexi-job te kunnen stappen. Dus moet het weinige dat er is onder elkaar verdeeld worden: om je inkomen te verhogen, neem je er een flexi-job bij. Meer nog, je mag zelfs gepensioneerd zijn en als flexi-jobber werken, zo wordt de ongelijkheid nog groter.

De oplossing voor een beter evenwicht tussen werk en privé is collectieve arbeidsduurvermindering met compenserende aanwervingen en behoud van loon. Een oplossing die ook neutraal blijft als het op gelijkheid aankomt. En hiermee kunnen deeltijdse werknemers ook hogere contracten krijgen.

Kinderopvang: minder ongelijkheid op de arbeidsmarkt

Meer gelijkheid wordt een feit als er daadwerkelijk voldoende kinderopvang geboden wordt. Vaak zetten ouders hun loopbaan on-hold of gaan ze minder werken omdat ze geen opvangplaats vinden, omdat de openingsuren van de crèche niet afgestemd zijn op hun werkuren of omdat deze te duur is als het om commerciële opvang gaat. We hebben ook weet van buitenschoolse kinderopvang waar ouders een boete moeten betalen als ze te laat komen.

Wij willen betaalbare kinderopvang die aangepast is aan de behoeften van de werknemers, met voldoende, goed opgeleid personeel dat zelf fatsoenlijke loon- en arbeidsvoorwaarden heeft. Hiervoor is uiteraard een degelijke, duurzame subsidiëring nodig. De werkgevers moeten op zijn minst op hun verantwoordelijkheid worden gewezen: dit kan door opnieuw een sociale-zekerheidsbijdrage in te voeren die gekoppeld is aan de toenemende flexibiliteit in de bedrijven. 

Dezelfde redenering gaat op voor het levenseinde. Ook hier zijn de diensten niet goed aangepast en zijn het opnieuw vrouwen die minder gaan werken om voor hun bejaarde ouder(s) te zorgen…

Tijd voor ander en beter in 2024

2024 is een jaar van sociale verkiezingen. Ook jij kan dingen veranderen door je kandidaat te stellen, maar vooral door te stemmen op lijst 3, voor een socialere toekomst. Want meer dan ooit telt de stem van de vrouwen.