becomeAMember.title

becomeAMember.description

newsletter.newsletter

newsletter.description

newsletter.subscribe

De automatische indexering

30/06/2022 | FR / NL

De prijzen in de winkel evolueren, onze lonen ook. Dit noemen we de automatische indexering. De indexering van lonen en sociale uitkeringen beschermt onze koopkracht. Het gaat namelijk om een (weliswaar vertraagde) aanpassing aan de inflatie. Zo kan je met het bedrag dat je elke maand op je rekening krijgt ongeveer hetzelfde blijven kopen. Stijgen de prijzen van goederen en diensten? Dan stijgen ook de lonen en uitkeringen. 

Maar opgelet! De index is geen geschenk, wel een weergave van de kosten van het levensonderhoud. Het is eigenlijk een inhaalbeweging die ervoor zorgt dat je koopkracht de evolutie van die kosten kan blijven volgen. Het is een belangrijke verwezenlijking van de vakbonden en iedereen kan erop rekenen.

Vandaag staat de index onder zware druk. Het stelsel wordt zelfs ter discussie gesteld door werkgevers en sommige politici. De BBTK is duidelijk: handen af van de index, op welke manier dan ook. De index is bovendien volstrekt neutraal, geen kwestie van (on)rechtvaardigheid. En garandeert het behoud van onze koopkracht en de sociale vrede.

Wil je weten wanneer jou loon geïndexeerd wordt? Neem dan een kijkje op onze indexpagina

Het mechanisme van de automatische loonindexering is al een eeuw oud, de eerste toepassingen ervan dateren van 1921. Het principe? Ervoor zorgen dat gezinnen hun koopkracht kunnen behouden wanneer de kosten van het levensonderhoud stijgen. We hadden toen net de Eerste Wereldoorlog achter de rug en het waarborgen van de sociale vrede was “van hoogdringend nationaal belang” in een periode van economische wederopbouw.

Hoe werkt de index?

Het stelsel is gebaseerd op de ‘indexkorf’, een term die door de jaren heen afgestemd bleef op de evolutie van de samenleving. Het principe is vrij eenvoudig: de FOD Economie meet de evolutie van de prijzen van een hele reeks goederen en diensten die representatief zijn voor de consumptie van een huishouden. Ze doen dit via de huishoudbudgetenquête (HBE).

Dit levert de index der consumptieprijzen op. Wanneer dit cijfer een bepaalde spil overschrijdt, worden de lonen en sociale uitkeringen geïndexeerd.   
Al verschilt het tijdstip waarop de lonen geïndexeerd worden per sector. De uitkeringen (bv. een pensioen) worden geïndexeerd telkens wanneer de spilindex met 2% overschreden is. Er zijn dus verschillende soorten indexeringssystemen, maar het basisprincipe blijft hetzelfde: het is een bescherming tegen prijsstijgingen. De index garandeert dat je altijd evenveel kunt kopen met je loon, ook als de prijzen stijgen. Het is dus geen loonsverhoging, maar een eerlijke manier om de koopkracht op peil te houden. Dat zorgt voor stabiliteit in de economie en financiert ook mee de sociale zekerheid. Omdat de index voor iedereen geldt, is het belangrijke buffer tegen armoede en een uitstekend voorbeeld van solidariteit.

Tussen november 2020 en 2021 stegen de prijzen bijvoorbeeld met 5,64%. De inflatie was toen hoog. Het was namelijk van juli 2008 geleden dat het prijspeil nog zo sterk steeg. De lonen moesten toen dus geïndexeerd worden. Dit komt onder andere door de explosie van de energieprijzen de afgelopen maanden. 

Een ander woord voor inflatie is geldontwaarding. Dat wil zeggen dat geld minder waard is. Een aantal jaren geleden kon je een brood kopen voor € 2. Vandaag kost dat je € 2,5. Dat is inflatie. Mochten onze lonen niet geïndexeerd worden, zouden we dus steeds minder kunnen kopen met ons loon. 

Het is de evolutie van de prijs van de producten, naargelang van het gewicht dat zij vertegenwoordigen in de indexkorf (in procenten), die de index dus doet evolueren of niet. Op regelmatige basis worden producten verwijderd of toegevoegd naargelang van de evolutie van de consumptie. Het doel is de consumptie van de Belgen weer te geven. 

Het is uiteraard onmogelijk om de evolutie van de prijzen van alle goederen en diensten op te volgen. Daarom beperkt men zich tot de zogenaamde ‘getuigen’. Dat wil zeggen goederen en diensten die representatief zijn voor onze consumptie. Momenteel zijn dat er bijna 700, in zeer uiteenlopende domeinen als voeding, kleding, huisvesting, gezondheid, vervoer, cultuur, communicatie, …

De inhoud van de korf en het relatieve gewicht van de ‘getuigen’ zijn van groot belang. Natuurlijk zijn er logische evoluties die rechtstreeks verband houden met onze consumptiegewoonten. Zo verdween enkele jaren geleden de cichorei - een product waar onze grootmoeders erg van hielden - uit de korf en werd vervangen door capsules voor espressomachines. In dezelfde logica bevatte de korf van 25 jaar geleden geen smartphones of internetabonnementen. Er zitten dus producten in waarvan de prijzen stijgen (bv. energieproducten), maar ook producten waarvan de prijzen dalen (bv. televisies, smartphones, ...). 

In de voorbije 40 jaar is er meermaals grondig ingegrepen in ons indexeringsstelsel, waardoor er een steeds grotere kloof is ontstaan tussen de evolutie van onze lonen en de echte inflatie. 

  • Indexsprong: al toegepast in de jaren ‘80. Misschien herinner je je nog dat dit één van de eerste beslissingen was van de regering-Michel in 2015; 
  • Afgevlakte index: deze werd ingevoerd in 1983 en kwam neer op een berekening van de evolutie van de index op basis van het gemiddelde van de vier voorgaande maanden en niet meer van maand tot maand. Dit zorgt ervoor dat de evolutie enigszins wordt vertraagd;
  • Gezondheidsindex: in 1993 heeft de regering-Dehaene de gezondheidsindex bedacht. Het idee is eenvoudig: een hele reeks producten waarvan de prijzen zeer snel konden stijgen door internationale spanningen of eenvoudigweg door een verhoging van de accijnzen, werden uit de indexkorf gehaald. Dit was het geval voor brandstof, alcohol en tabak. De regering-Dehaene heeft alles met een laagje ‘gezondheid’ verpakt om te rechtvaardigen dat deze producten niet meer voor de berekening van de inflatie zouden meetellen.

Naast deze ingrepen in de berekening wordt er door de werkgevers intensief gelobbyd rond de relatieve waarde van de goederen en diensten in de korf. Zo proberen ze het relatieve gewicht te verhogen van goederen waarvan de waarde de neiging heeft snel te dalen. 

Er bestaan bijvoorbeeld al enkele jaren ‘pc-plannen’ waarmee werkgevers computers aan hun werknemers kunnen geven. Enerzijds kost dit de werkgevers minder dan een loonsverhoging en anderzijds zal door de toename van het aantal computers in omloop hun relatieve aandeel in de korf toenemen. Aangezien dit typisch goederen zijn waarvan de prijzen dalen, zal dit de evolutie van de index verder afremmen.

Indexsprong = verlies dat je blijft voelen

In het geval van een indexsprong wordt een indexering eenmalig overgeslagen. Zelfs een eenmalige indexsprong is nadelig voor de werknemers. 
Zoals we hierboven hebben gezien, heeft de indexsprong die in 2015 door de regering-Michel werd opgelegd grote gevolgen gehad voor alle werknemers. Het daaruit resulterende verlies aan koopkracht zal ons onze hele loopbaan lang en zelfs tot aan ons pensioen blijven achtervolgen.

Voor een mediaan brutojaarloon van € 46.103 kwam het verlies als gevolg van de 2% indexsprong overeen met € 922 bruto per jaar. Voor een 35-jarige werknemer die nog 32 jaar loopbaan voor zich heeft, komt dit neer op een totaal verlies van € 29.504 bruto... Bovendien heeft de indexsprong ook een sneeuwbaleffect op de toekomstige loonsverhogingen. Want elke keer dat er opnieuw een index wordt toegepast, zal de berekeningsbasis vertekend zijn omdat die zelf door de indexsprong verminderd is. 2% op 2% op 2%…

Het bevriezen van de index is niet alleen een asociale maatregel, maar ook een contraproductieve: wanneer we koopkracht verliezen, geven we ook minder geld uit en dus verliest de hele economie erbij. 

Wil je meer weten over de indexering en de onwaarheden die vaak verteld worden? Lees dan onze indexbrochure (2022).